"We hebben van alles geprobeerd. Het zakte gewoon niet."

Bij familie Gosselink in Silvolde staan 130 melkkoeien in de ligboxenstal. Het celgetal zat er jarenlang dik in de 200. Ze probeerden van alles, maar het zakte niet.

200+
Celgetal jarenlang: dik in de 200
120
Uitschieter nu — niet meer gezien in tien jaar
2 wkn
Kwartiermonsters, elke twee weken
3 jaar
Consequent focus op uiergezondheid

Sinds 2023 werken ze binnen het PuraCare-pakket. Een pakket op maat gemaakt om de uiergezondheid te optimaliseren. Met producten en diensten die van toegevoegde waarde zijn op hun bedrijf. Bijvoorbeeld elke twee weken melkmonsters nemen voor een celgetalbepaling per kwartier met de QScout. Op de twee momenten die ertoe doen: vlak voor de droogstand en kort na het afkalven. Inmiddels ligt het celgetal structureel lager, met een uitschieter naar 120. Zo’n cijfer hadden ze in tien jaar niet meer op papier gezien.

Geen wondermiddel, wel drie jaar consequent een focus op uiergezondheid. Regelmatig monitoren en meten en daarna de juiste gerichte behandeling inzetten. Een basis die staat, en de discipline om niet te gaan sleutelen zodra het een keer tegenzit.

"Het zakte gewoon niet."

De aanleiding was geen crisis. Het was frustratie.

“Elke keer probeer je wat. Maar we kregen het celgetal gewoon niet gezakt. Het bleef hoog.”

Familie Gosselink, Silvolde

Ze hadden de manier van strooien in de ligboxen aangepast, de droogzetmethode onder de loep genomen en de melkstal nagekeken. Steeds een knop erbij om aan te draaien, steeds hetzelfde resultaat: een tankcelgetal dat bleef hangen waar het niet hoorde.

En ondertussen wees iedereen naar iets anders. De één zei dat het aan de paardenmest in de boxen lag. De volgende zei dat het daar juist níét aan lag. De ander hoorde weer iets in de melkmachine. Verschillende adviseurs, verschillende verhalen, geen doorbraak.

“We deden ergens iets niet goed. Maar dan wil je ook bewijs hebben.”

Daar begon het. Niet bij een product, maar bij de behoefte aan feiten. Want zonder bewijs blijft elke aanpassing een gok en betaal je voor maatregelen waarvan je nooit weet of ze wat deden.

Er speelde nog iets. De dierenarts zei: denk erom dat bij het droogzetten de dierdagdosering snel oploopt. Wilden ze bij het droogzetten gerichter met antibiotica omgaan, dan moesten ze kunnen onderbouwen wélke koe het nodig had. Dat konden ze niet. De MPR gaf een gemiddelde, en meer niet.

Wat het gemiddelde verbergt

De omslag zat in het meten per kwartier, met de QScout. Op de MPR ziet een koe er keurig uit. Een monster met de vier kwartieren apart vertelt een ander verhaal.

“Drie kwartieren laag en eentje hoog. Op de MPR blijft het tussen de 100 en 150. Maar dat ene kwartier zit op ruim 400.”

Dat is het hele punt. Een gemiddelde is een optelsom waarin een probleem verdwijnt. Drie schone kwartieren maskeren een vierde dat structureel doorloopt en op papier heb je een koe zonder bijzonderheden.

Vooral bij vaarzen kwam dat naar boven. Dieren die je op basis van de MPR met een gerust hart de droogstand in stuurt, terwijl er een kwartier tussen zit dat aandacht nodig heeft.

“Bij vaarzen kom je daar dan achter. Gemiddeld denk je: prima. En dan komt er toch een kwartier met 400 uit. Dan denk je: er wás dus toch echt wat aan de hand.”

Wordt dat kwartier in de droogstand niet aangepakt, dan komt het als chronisch kwartier de volgende lactatie weer binnen. En daarna de volgende. Zo bouwt een bedrijf zonder het te merken een groep chronische dieren op.

Daarom wordt er gemeten op de twee kritieke momenten: vlak voor droogzetten en tussen 14 en 30 dagen na afkalven. Voor de droogstand, omdat je daar de beste behandelkans van de lactatie hebt. Na het afkalven, omdat je dan ziet of het gewerkt heeft en of er in de droogstand geen nieuwe infectie is opgelopen.

En welke bacterie het is

Een hoog kwartier is een signaal, geen diagnose. De vervolgvraag is wat eronder zit en dat bepaalt of behandelen überhaupt zin heeft.

Daarvoor gaat de melk van het positief geïnfecteerde kwartier op plaat en daarna de Jupiter in. Binnen een dag is duidelijk welke bacterie de infectie veroorzaakt en kan de juiste vervolgstap worden ingezet. Of de ziekteverwekker koegebonden of omgeving gebonden is, maakt al een groot verschil in je aanpak.

Precies die vraag hield de familie jarenlang bezig.

“We zaten wel eens te denken: is het echt omgeving, of is het diergericht? Wat is het nou? Dan weet je ook waar je op kunt sturen.”

Sinds ze het weten, sturen ze erop.

Gerichter, niet meer

Het beeld dat uit het kwartiermonster en kweek samen komt, verandert het droogzetten fundamenteel. Niet in volume, maar in precisie.

“Je gebruikt veel gerichter. Vroeger zette je alle vier de kwartieren droog met antibiotica. Nu is het er één of twee.”

Dat werkt twee kanten op. Sommige koeien krijgen minder dan vroeger. Andere krijgen juist wél iets, omdat nu zwart-op-wit staat dat het nodig is.

“Je hebt gewoon bewijs dat je hem kunt behandelen. Het is aantoonbaar.”

En de controle zit erin gebouwd. Bij de start van de volgende lactatie wordt dezelfde koe opnieuw bemonsterd. Komt ze groen en dus schoon terug, dan weet je dat de keuze klopte.

“Als je de lactatie erop meet en hij komt er groen uit. Dan zeg je: het heeft nut gehad.”

Dat is het verschil tussen met hagel schieten en gericht behandelen. Bij het eerste hoop je, bij het tweede weet je.

Het meten van de gezondheid van je veestapel heeft alleen zin als de basis staat

Een uitslag vertelt je waar het misgaat. Voorkomen doe je met de dagelijkse routine, en die ligt bij Gosselink vast.

Na het melken gaan de spenen in de IO Dip 30, een jodiumdip die de speenpunt afsluit op het moment dat het slotgat nog open staat. Dat is het kwetsbaarste half uur van de dag, twee keer per dag. In de ligboxen gaat Purabed, een hygiënepoeder dat de ligbox drooghoudt en de kiemdruk onder de koe laag houdt. Twee onopvallende handelingen, elke dag, jaar in jaar uit.

Daarbovenop komt de gerichte ondersteuning voor de koeien die het nodig hebben: een bolus voor de dieren die van binnenuit hulp kunnen gebruiken, en Udder Cool Spray op het kwartier dat opspeelt. Niet standaard over het hele koppel, alleen daar waar de meting erom vraagt.

“Rust, reinheid en regelmaat. En vooral duidelijkheid: dat je altijd hetzelfde doet.”

Bekijk wat PuraCare kan betekenen voor jouw veestapel

Elke twee weken meten we de gezondheid van onze koeien, op maandagavond

De praktische kant is waar de meeste veehouders op afhaken, vaak voordat ze weten hoe het werkt. Bij Gosselink is het routine geworden.

Op maandagavond staan de koeien klaar in de melkstal. Twee man, het lijstje erbij, en monsteren tijdens het melken. De selectie is simpel: de koeien die binnenkort droog gaan, plus de dieren tussen 14 en 30 dagen na kalven.

“Zoveel tijd steken we er niet in. Het kistje wordt opgehaald, en klaar. Er zit geen extra werk aan.”

Alleen lukt het ook, maar met z’n tweeën gaat het aanmerkelijk sneller. Dan weet je meteen welke koe voor je staat.

Het groene vlak wordt groter

De winst zit niet waar veel veehouders hem zoeken.

“Koeien die goed zijn, langer goed houden. Dat is het grootste onderdeel.”

In de jaargrafieken is dat terug te zien. Bij de vaarzen en tweedekalfskoeien loopt het groene vlak jaar op jaar verder op. Bij de oudere dieren gaat het langzamer, en dat is een bewuste keuze: er lopen chronische koeien tussen die goed melken en die daarom aangehouden worden.

“In principe gaat een koe hier pas weg als ze echt klaar is.”

Geen radicale opruiming dus. Chronische dieren komen op het lijstje, maar gaan pas als het bedrijfsmatig uitkomt. Het is een traject van lange adem. De resultaten zijn er, maar laten zich nu pas zien.

Je moet tegen een dip kunnen

Vanaf de eerste afspraak was duidelijk dat dit een project van jaren zou worden. Geen actieplan met resultaat na een maand.

“Je moet ook tegen een dip kunnen. Niet meteen zeggen: we gaan nu alles radicaal anders doen.”

Want de dips komen. Hitte, een nieuwe kuil, koeien naar buiten, blauwtong. Eén koe met een fors kwartier kan het tankcelgetal al kleuren. Wie daar elke keer op reageert met een koerswijziging, komt nooit ergens.

De reflex is om alles tegelijk aan te pakken. Meestal maakt dat het erger, je verandert vijf dingen en weet achteraf niet welke werkte. De vraag is eerst: waar komt dit vandaan, en kan ik er nú iets aan doen? Soms is het antwoord simpelweg dat het weer een dip veroorzaakt en dat je hem uitzit. Wel moet je blijven meten, monitoren en nadenken.

“Je probeert dus heel veel dingen uit te sluiten. Ligt het hieraan, ligt het daaraan. En dan weet je ook waar je op kunt sturen.”

Elk jaar weer een punt erbij

Wat opvalt aan de manier van werken: het is nooit af. Er ligt geen eindstreep waarna het klaar is.

“Je blijft altijd optimaliseren. Elk jaar ga je weer punten zoeken voor verbetering. En elk jaar ga je verder.”

Dat is geen ontevredenheid, maar methode. Ieder jaar wordt gekeken waar de volgende winst zit: in de droogstand, in de selectie, in de opvolging van de uitslagen. Kleine stappen, niet één grote ingreep. Precies daarom houdt het stand.

PuraCare op maat

Het pakket van dit bedrijf

vanaf €5 per varken
per maand*
  • WaterProtect
  • Purabed
  • Watermonster (jaarlijks)
  • Strooisel-/vloermonster (jaarlijks)
  • Purafoam
  • Fortides
  • Virall
  • Safe Wetfeed / Dry Max / CCM Protect
  • Cocci-product
  • Specialty Feed Additives
  • AI-dashboard (KPI-tracking)
Doelstelling

Water- & strooiselhygiëne · uitval −5%

“Je blijft altijd optimaliseren. Elk jaar ga je weer punten zoeken voor verbetering. En elk jaar ga je verder.”

Familie Gosselink, Silvolde

Meer informatie of direct starten?

Geen wachttijden of ingewikkelde systemen, maar direct contact met mensen die jouw bedrijf kennen. Dat is AgriPura. Klaar voor meer rendement op je veestapel? Of behoefte aan meer uitleg of informatie? We staan klaar om je te helpen!

Whatsapp

Snel contact, korte lijntjes.

Email

Uitgebreide uitleg op al jouw vragen.

Telefoon

Direct antwoord op jouw vragen.